Ze sportte al twee keer per week, at overdag ‘best gezond’ en sloeg het ontbijt soms over om calorieën te besparen. Toch bleef haar gewicht vrijwel gelijk. Dit afvaltraject praktijkvoorbeeld van een vrouw laat zien waarom harder je best doen niet altijd de oplossing is – en waarom een plan dat bij je leven past wel verschil kan maken.
De vrouw in dit voorbeeld is samengesteld uit herkenbare situaties uit de praktijk. Haar naam en precieze cijfers zijn niet relevant. Wat wel relevant is: ze had geen gebrek aan wilskracht. Ze had een aanpak nodig die rekening hield met haar werk, gezin, slaap, eetgedrag en fysieke belastbaarheid.
Het startpunt: wel proberen, geen houvast
Ze was begin vijftig, werkte zittend en merkte dat haar energie in de middag steeds wegzakte. Na haar werk was sporten vaak het laatste waar ze zin in had. Op goede weken ging ze wel, maar na een drukke periode viel dat ritme snel weg. De frustratie zat niet alleen in de spiegel. Traplopen kostte meer moeite, kleding zat minder prettig en ze herkende zichzelf niet in haar eigen conditie.
Eerder had ze verschillende pogingen gedaan. Minder koolhydraten, maaltijdvervangers en streng compenseren na een etentje. Elke methode gaf even een gevoel van controle, maar was lastig vol te houden. Zodra het normale leven weer voorrang kreeg, kwamen de oude gewoontes terug.
Dat is precies het punt waarop veel mensen zichzelf de schuld geven. Terwijl de vraag niet alleen moet zijn: hoe val ik af? De betere vraag is: welk gedrag kan ik ook uitvoeren op een drukke dinsdag, na een slechte nacht of tijdens een verjaardag?
Afvaltraject praktijkvoorbeeld vrouw: eerst inzicht, dan actie
De eerste stap was niet meteen een strak voedingsschema. Eerst werd duidelijk gekeken naar haar uitgangspunt. Hoe zag een gewone week eruit? Wanneer had ze trek? Hoeveel eiwit, groente en vezels kreeg ze werkelijk binnen? Hoe sliep ze? En welke momenten zorgden ervoor dat ze zonder nadenken ging eten?
Daaruit kwam een herkenbaar patroon. Overdag at ze te weinig, vooral omdat ze snel door wilde met haar werk. Aan het einde van de dag had ze daardoor veel trek. Het avondeten werd groter dan nodig, gevolgd door snacken op de bank. Niet omdat ze geen discipline had, maar omdat haar lichaam na een lange dag om snelle energie vroeg.
Ook haar training mocht slimmer. Ze deed af en toe een intensieve les, maar had weinig structuur in krachttraining. Juist krachttraining hielp haar om sterker te worden, haar lichaam beter te belasten en vooruitgang te meten die verder ging dan alleen de weegschaal.
Er werd daarom gekozen voor twee vaste trainingsmomenten per week, aangevuld met dagelijkse beweging die haalbaar bleef. Geen verplichting om tienduizend stappen te halen wanneer haar agenda uitpuilde, wel een duidelijke ondergrens: vaker lopen, korte beweegmomenten en minder lang achter elkaar zitten.
De voeding werd eenvoudiger, niet strenger
Haar eetpatroon kreeg vaste ankerpunten. Een ontbijt met voldoende eiwit, een lunch die echt vulde en een gepland tussendoortje voor de late middag. Daarmee verdween de extreme trek in de avond niet van de ene op de andere dag, maar die werd wel beter beheersbaar.
Er was ook ruimte voor eten dat ze lekker vond. Een traject dat alleen werkt zolang je nooit uit eten gaat of geen stukje taart aanraakt, is geen duurzaam traject. De afspraak was niet dat alles perfect moest. De afspraak was dat ze na een afwijkend moment terugging naar haar basis, zonder schuldgevoel en zonder de gedachte dat de hele week nu toch al mislukt was.
Voor sommige vrouwen speelt de overgang, medicatie, stress of een veranderde slaapkwaliteit een duidelijke rol bij gewicht en energie. Dat betekent niet dat afvallen onmogelijk wordt. Het betekent wel dat een standaard dieetadvies soms tekortschiet. Persoonlijke begeleiding kijkt daarom niet alleen naar calorieën, maar ook naar herstel, verzadiging, trainingsbelasting en gedrag.
Wat er in twaalf weken veranderde
Na de eerste weken merkte ze iets wat voor haar belangrijker was dan een getal: ze had meer controle over haar dagen. Ze dacht minder vaak aan eten, omdat ze regelmatiger at. Haar trainingen voelden minder als straf en meer als tijd voor zichzelf. Ze werd sterker in basisoefeningen en merkte dat dagelijkse dingen makkelijker gingen.
Haar gewicht daalde geleidelijk. Niet iedere week evenveel, want vocht, cyclus, zoutinname en stress kunnen de weegschaal flink laten schommelen. Daarom werd niet alleen naar kilo’s gekeken. Ook haar tailleomvang, kracht, energieniveau, kleding en consistentie telden mee.
Dat voorkomt een bekende valkuil: denken dat een week zonder gewichtsverlies automatisch betekent dat er geen resultaat is. Wie sterker wordt, meer beweegt en regelmatiger eet, bouwt aan gedrag dat op de lange termijn veel waardevoller is dan een snelle daling die daarna weer verdwijnt.
Na twaalf weken was ze lichter, sterker en vooral zekerder over wat voor haar werkte. Ze hoefde niet meer telkens opnieuw te beginnen. Dat was haar grootste winst.
Waarom dit traject werkte
Het succes zat niet in een geheim voedingsmiddel of een extreem trainingsschema. Het zat in begeleiding die concreet genoeg was om actie te nemen en flexibel genoeg om vol te houden. De aanpak werd aangepast wanneer iets niet werkte, in plaats van dat zij het gevoel kreeg dat zij zelf had gefaald.
Bij Building You in Etten-Leur draait een afvaltraject daarom niet om iemand zo snel mogelijk uitputten. Training en voeding horen bij elkaar, maar herstel en vertrouwen ook. Je hoeft niet eerst fit te zijn om te starten. Juist starten op jouw niveau maakt het mogelijk om fitter te worden.
Er zijn wel verschillen per persoon. Iemand die twintig kilo wil afvallen heeft een andere route nodig dan iemand die vooral weer energie wil, na een zwangerschap wil opbouwen of tijdens de overgang kracht wil behouden. Een blessure, ploegendienst of mantelzorg kan het plan bovendien beïnvloeden. Een goed traject houdt daar rekening mee, zonder dat het een excuus wordt om stil te blijven staan.
Zo herken je een aanpak die bij jou past
Een passend afvaltraject geeft je geen lijst met verboden producten, maar leert je keuzes maken. Je weet wat je kunt doen wanneer je weinig tijd hebt. Je krijgt training die aansluit op je niveau. En je kunt eerlijk bespreken wanneer het niet lukt, zodat je samen naar een oplossing zoekt.
Let ook op de manier waarop resultaat wordt besproken. Alleen focussen op kilo’s is te beperkt. Natuurlijk kan gewichtsverlies een belangrijk doel zijn. Maar meer energie, beter slapen, minder pijn, sterker worden en je weer prettig voelen in je lichaam zijn minstens zo waardevolle signalen dat je op koers ligt.
Wil je afvallen, begin dan niet met de vraag hoeveel je jezelf kunt ontzeggen. Begin met de vraag welk ritme jou ook over drie maanden nog vooruithelpt. Daar zit het verschil tussen weer een poging doen en eindelijk een aanpak bouwen die van jou blijft.
Lees ook: Zit je in de overgang en wil je afvallen? Bekijk afvallen in de overgang met Balance 90, ons traject van 90 dagen.

